T +31(0)20 670 65 60 T +31(0)70 361 70 02 info@silkadvocaten.nl
NL / EN

Blog.

Aan welke voorwaarden moet een vordering tot vergoeding van de kosten van de huishouding voldoen, wil deze kans van slagen hebben?

leestijd 2 minuten gepubliceerd op 13 augustus 2021

In de uitspraak van 10 maart 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:2390) is door de rechtbank Den Haag bepaald wanneer een reconstructie van de kosten van de  huishouding na verbreking van een jarenlange samenwoning tot een geslaagde vergoedingsvordering kan leiden.

Partijen hadden 28 jaar met elkaar samengewoond. Hun samenlevingsovereenkomst bevatte een bepaling, waarin was bepaald dat zij naar rato van hun inkomen moesten bijdragen in de kosten van de huishouding. 

Na de verbreking van de samenleving stelden beide partijen zich op het standpunt dat zij ieder meer hadden bijgedragen aan de kosten van de huishouding dan waartoe zij gehouden waren. Tijdens de procedure bij de rechtbank probeerden zij ieder voor zich te reconstrueren dat zij te veel hadden bijgedragen aan de kosten van de huishouding. Een moeilijkheid daarbij was dat partijen het niet eens waren wat precies de kosten van de huishouding waren en wat niet. Ook waren zij het niet eens over de omvang van die kosten gedurende de samenleving, over wie welk deel van de kosten van de huishouding had voldaan en over de vraag of de inkomsten uit arbeid voldoende waren om de kosten van de huishouding te betalen.

De rechtbank overwoog dat partijen juist ter voorkoming van discussiepunten in hun samenlevingsovereenkomst afspraken met elkaar hadden gemaakt. Zij hebben daarin in grote lijnen afgesproken wat “onder meer” kosten van de huishouding zijn en dat deze kosten door partijen dienden te worden betaald naar rato van hun inkomen en (als deze inkomsten onvoldoende waren) naar rato van hun vermogen. Partijen hadden echter jarenlang een gemeenschappelijke huishouding gevoerd zonder uitvoering te geven aan hun afspraken in de samenlevingsovereenkomst. Ook hadden zij niet met elkaar afgesproken wat er verder onder de kosten van de huishouding viel.

De rechtbank bepaalde dat een reconstructie alleen kan leiden tot een geslaagde vergoedingsvordering van degene die (naar verhouding) het meest heeft bijdragen, als de rechtbank kan vaststellen:

  • welke kosten golden als kosten van de huishouding;
  • hoe hoog deze kosten maandelijks waren;
  • hoe hoog de netto inkomens van partijen maandelijks waren;
  • wie feitelijk wat heeft bijgedragen aan de huishoudelijke kosten en hoeveel partijen, gelet op de verhouding van hun inkomens, eigenlijk moesten bijdragen;
  • of de inkomsten voldoende waren om de huishoudelijke kosten te betalen en zo nee, in hoeverre die kosten ten laste van het vermogen van een partij zijn gekomen of moesten komen.

Omdat geen van partijen inzichtelijk had gemaakt welke uitgaven precies onder de kosten van de huishouding vielen in de betreffende periode en door wie die uitgaven maandelijks waren betaald, konden de vorderingen van partijen tot vergoeding van de kosten van de huishouding niet worden toegewezen.

Deze uitspraak laat zien dat het instellen van een vordering tot vergoeding van de kosten van de huishouding nauw luistert, zeker in het geval dat de samenwoning langdurig is geweest en er geen uitvoering is gegeven aan de afspraken in de samenlevingsovereenkomst.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit onderwerp? Neemt u dan vrijblijvend contact met mij op te bespreken wat ik voor u kan betekenen.

Heeft u een vraag of opmerking? Laat dan een bericht achter.